Het voormalige verpleeghuis Ekelhof aan de Sint Claralaan 38, is verouderd en voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. Wooninc., eigenaar van het complex, heeft het voornemen deze locatie te herontwikkelen.
De schetsplannen zoals die er nu liggen gaan uit van twee hoge torens tussen circa 35 en 50 meter (ongeveer 10 en 16 verdiepingen). Het huidige gebouw kent 6 lagen.
De voorgenomen herontwikkeling heeft onder de bewoners van de wijk Rapelenburg tot grote onrust geleid. Zij maken zich zorgen over de impact van de hoogbouw op de leefomgeving. Ook de invulling van het participatieproces en de vastgestelde randvoorwaarden met betrekking tot de bouwhoogten en het aantal te realiseren woningen, baren de bewoners zorgen.
In dit position paper wordt de visie van de buurtbewoners in de wijk Rapelenburg op de herontwikkeling van Claralaan 38 uiteengezet. Dit position paper is een uitnodiging tot dialoog over de voorgenomen herontwikkeling.
Daar waar in dit position paper wordt gerefereerd aan 'bewoners', wordt zowel gedoeld op de huidige bewoners van Ekelhof en Rapelenburg, de vroegere bewoners, als ook op toekomstige bewoners. Deze laatste groep heeft ook groot belang bij een leefbare wijk. In de kantlijn staan quotes van mensen die nu in de wijk wonen.
‘Een goed participatieproces moet niet beginnen met al vastgestelde kaders over hoogte’
Omstreeks 1750 werd een huis gebouwd dat aan het eind van de 18e eeuw werd omgracht en ommuurd: het ’kasteel Rapelenburg’. Dit huis werd omstreeks 1950 door de gemeente Eindhoven onteigend, onder meer om de Boutenslaan, tegenwoordig onderdeel van de rondweg, aan te leggen. Op de plaats waar vroeger de vijver en voortuin was, werd in 1950 het Clarissenklooster gebouwd. Het Clarissenklooster en de toegangspoort van ‘kasteel Rapelenburg’ staan er nog. Restanten van het landgoed maken tegenwoordig deel uit van de Genneper Parken.
Het vroeg-naoorlogse woningbouwcomplex Rapelenburg, ontworpen door architect Frans Korteweg, bestaat uit woningen aan de Boutenslaan, Genneperweg, Rapelenburglaan en Sint Claralaan. Tot het oorspronkelijke complex behoorden ook de gebouwen aan de andere zijde van de later aangelegde rondweg Willem Klooslaan en Busken Huetstraat.
De woningen, verdeeld over vier subtiel verschillende types, zijn gerealiseerd in opdracht van particulieren die zich als ‘founding fathers’ verenigd hadden in de Bouwgroep Rapelenburg. Het complex zou kunnen worden beschouwd als een uitloper van de Schrijversbuurt, waarvan het is afgesneden door de rondweg.
‘De menselijke schaal en ‘dorpse’ sfeer gaan verloren!’
De wijk is van grote waarde voor de stad, zowel op historisch, architectonisch als stedenbouwkundig vlak.
De woningen representeren een significant cultuurhistorisch en stedenbouwkundig belang. Zij vormen een illustratie van de wijze waarop in Eindhoven tijdens de wederopbouwperiode van de jaren vijftig invulling werd gegeven aan de naoorlogse woningbouwopgave, met een specifieke focus op de huisvesting van middeninkomens. Deze ruim opgezette rijwoningen werden gerealiseerd in de nabijheid van het Dommelplantsoen, als onderdeel van een stedenbouwkundig plan langs de toen recent aangelegde rondweg.
De waarde van de ontwikkeling van Rapelenburg kenmerkt zich door betrokkenheid van particuliere bouwinitiatieven, zoals Bouwgroep Rapelenburg. Hierbij werd bewust gekozen voor een beproefde bouwvorm, te weten seriematige rijtjeswoningen.
Vanuit architectonisch perspectief zijn de woningen van waarde vanwege hun herkenbare en goed bewaard gebleven bouwstijl, typerend voor de esthetiek van de jaren vijftig. De woningen combineren het individuele karakter van elk huis (bijvoorbeeld door aparte entrees, trapjes, schoorstenen en kleurgebruik) met een gezamenlijk, herkenbaar straatbeeld zoals het doorlopende dak.
De woningen bezitten tevens een stedenbouwkundige betekenis. Zij vormen een integrerend onderdeel van een zorgvuldig ontworpen ruimtelijk geheel dat aansluit op het historisch gegroeide groene karakter van het gebied tussen Gestel en Stratum. Tegelijkertijd reflecteren zij het stedenbouwkundige gedachtegoed van die periode met betrekking tot bebouwing langs de rondweg waarbij middelhoge bouwblokken fungeren als een begeleidende wand die de stedelijke structuur accentueert.
Door hun positionering op het kruispunt van twee stedelijke hoofdstructuren – de Dommel en de rondweg – vervullen de woningen een prominente en beeldbepalende rol binnen het stadsbeeld.
Rapelenburg grenst aan het Dommelgebied, dat in de jaren 1950 werd ingericht als natuurlijke overgang tussen stad en beekdal. Het geheel maakt deel uit van een grotere, historisch gegroeide ‘groene long’ tussen Gestel en Stratum. Het geheel bestaat onder meer uit het Dommelplantsoen, Stadswandelpark en Genneper Parken, de waterlopen Dommel en Tongelreep, de historische lintstructuren (Gestelsestraat–Genneperweg, Aalsterweg) en aangrenzende woonbuurten zoals Den Elzent (beschermd stadsgezicht) en de Schrijversbuurt.
De Genneper Parken zijn vernoemd naar het gehucht Gennep, een landelijk gebied dat voor het eerst in 1249 wordt genoemd. Het gebied is een kleinschalig beekdallandschap, gevormd door die twee rivieren en is een groengebied. In dit gebied staan een ecologische boerderij, het prehistorisch dorp (Vonk) en de Genneper Watermolen.
Een deel van het landschap bestaat sinds vóór 1850 en is opvallend goed bewaard gebleven. Vooral de kleine akkers en weilanden ten noorden van de Antoon Coolenlaan zijn nog in hun oorspronkelijke vorm zichtbaar. Ook ten zuiden daarvan – tussen de Dommel en de Genneperweg, en tussen de Tongelreep en de Velddoornweg – is het oude landschap nog goed herkenbaar. Typische boerderijen versterken het agrarische karakter van het gebied.
De begroeiing is afwisselend en bestaat uit bos, kleine bosjes, houtwallen, bomen langs wegen en beplanting langs perceelranden. Samen zorgen deze elementen ervoor dat het gebied nog steeds de sfeer van het historische landschap uitstraalt en van grote historische waarde voor Eindhoven is.
De grens tussen het Park en de wijk Rapelenburg kenmerkt zich door een uitgebalanceerde overgang, namelijk die langs de Sint Claralaan. Doordat Genneper Parken en Rapelenburg in de lengterichting op elkaar aansluiten via een fraai beplante, klinkerverharde weg met fietspad, is de ruimtelijke overgang tussen beide gebieden minder abrupt dan bij een alternatieve inrichting van de openbare ruimte het geval zou zijn. Het geheel Rapelenburg en Genneper Parken behoudt daarbij het waardevolle ‘dorpse’ karakter.
‘De ondergrond is veel te kwetsbaar voor hoogbouw. We hebben al veel last van scheurvorming!’
Er komen steeds meer mensen in onze stad wonen. In 2025 hebben we de mijlpaal van 250.000 bereikt en we zijn hard op weg naar de 300.000 bewoners. Onze stad groeit dus hard en de schaal waarop de groei zich nu voltrekt is duizelingwekkend voor veel Eindhovenaren.
Wij vinden het belangrijk dat in het Eindhoven van de toekomst verschillende mensen hun thuis vinden. Dat is Eindhoven, dat zijn wij! Wij zien ook dat de groei van Eindhoven niet grenzeloos kan zijn. De wereld is namelijk niet grenzeloos. Bouwgrond voor woningen is schaars, schone lucht is schaars, onderwijspersoneel is schaars, medische zorg is schaars, vrijwilligers voor sportclubs zijn schaars.
We zien dat de groei ook de bewoners van de wijk Rapelenburg raakt. Er vinden steeds meer activiteiten plaats. Denk aan de rigoureuze uitbreiding van Vonk, de toegenomen publieksfunctie van het park, het paviljoen, de verbouwing van het Clarissenklooster tot hotel en congrescentrum, twee restaurants in de wijk en de toegenomen parkeerdruk. Rapelenburg heeft wat dat betreft al heel wat te verwerken gekregen als het gaat om een aantasting van het woongenot.
Deze ontwikkelingen verschuiven gradueel het evenwicht tussen wonen, rust en publieke activiteiten. Wij vrezen dat de huidige ontwikkelingen voorbijgaan aan de begrensde werkelijkheid waarin mensen leven. Het gevaar daarvan is dat bewoners hun houvast, ‘dorpse’ gevoel en daarmee besef van ergens thuis te zijn verliezen.
‘De buurt wordt letterlijk in de schaduw gezet’
Wij zijn teleurgesteld in de wijze waarop de inwonersparticipatie nu wordt vormgegeven. Er is een gebrekkige informatievoorziening, we hebben continu het gevoel dat we op een achterstand staan, alternatieve ontwerpen worden niet gedeeld en er zijn kaders over hoogte en aantallen woningen die niet ter discussie mogen staan. Kritiek wordt afgedaan met de opmerking dat er een woningtekort is en dat er vanuit de gemeente een opdracht tot bouwen is opgelegd.
Dit gevoel van onmacht en het negeren van onze inbreng wordt onderschreven door de resultaten van een enquête die we vorig jaar hebben uitgezet in de buurt. Die enquête is ingevuld door 53 buurtbewoners en uit de enquête blijkt dat de bewoners zich veel zorgen maken over de leefbaarheid in de buurt en dat die zorgen door de nu bekende bouwplannen duidelijk toenemen.
Over een ding zijn alle buurtbewoners het eens: de wijze waarop WoonInc de plannen presenteert en de manier waarop ze de plannen proberen ‘door te drukken’ stuit bij iedereen tegen de borst. Liefst 98 procent van de bewoners vindt dat WoonInc niets doet met de ideeën uit van de buurtbewoners, 91 procent van de bewoners heeft een negatieve ervaring bij de plannen die tot dan toe gepresenteerd waren en helemaal niemand is positief over de plannen.
Uit de toelichtende commentaren blijkt hoezeer dit de mensen bezighoudt: “Ik krijg erg de indruk dat alle plannen al klaar zijn en dat de buurt er voor de vorm bij wordt betrokken”, “Gebrek aan informatie, misleidende informatie, afwimpelen zorgen en bezwaren vanuit de buurt. Nieuwbouw is veel te grootschalig met gevolgen voor schaduw, parkeerdruk, waterhuishouding en mogelijk funderingen. Al deze negatieve gevolgen worden afgewimpeld op de buurt die daar de laatste jaren toch al veel mee te maken heeft.”, “Het evenwicht gaat uit de buurt en sfeer van onze buurt gaat totaal verloren.”, “Ben enorm geschrokken, vind de plannen absoluut niet bij de omgeving passen.”, “Geen echte participatie, qua hoogte en volume zijn we voor een voldongen feit gesteld”, “Hoogbouw is een veel te groot risico vanwege de kwetsbare ondergrond. Er is al veel last van scheurvorming, rioolproblemen en overstromingen.”
‘Ben enorm geschrokken en lig er wakker van; vind de plannen niet in de buurt passen!’
Wij roepen Wooninc., de ontwikkelaar en de politiek op om een fundamenteel andere insteek te kiezen bij de herontwikkeling van de Claralaan 38. Wij bieden als buurt de volgende uitgangspunten aan als uitnodiging en begin van een gesprek over een verantwoorde en menselijke herontwikkeling van de Claralaan 38.
Participatie, een plek aan de ontwerptafel. De herontwikkeling van Sint Claralaan 38 moet niet beginnen bij vastomlijnde kaders over hoogte en aantallen woningen maar bij de bereidheid tot dialoog. Het participatieproces faalt bij voorbaat als er krampachtig wordt vastgehouden aan deze vooraf vastgestelde kaders. Daarmee wordt niet alleen het gesprek met bewoners beperkt, maar ook het ontwerp zelf armer — omdat het geen ruimte laat voor een verkenning naar het “sociale leven tussen de gebouwen”. Het proces zoals het nu loopt, mist een diepgaand begrip van de sociale dynamiek, de traditie, het unieke van de plek en de stedelijk ‘dorpse’ waarden die Rapelenburg tot een herkenbare, menselijke woonomgeving maken. Wij willen actief een plek aan de ontwerptafel krijgen en gesprekspartner van zowel Wooninc. als de gemeente zijn. Rapelenburg is nota bene door de ‘founding fathers’ op het principe van particulier bouwheerschap gebouwd!
In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal. Loop achterwaarts de toekomst in met je ogen gericht op het verleden. Verloochen de geschiedenis van Eindhoven, Rapelenburg en haar bewoners niet. Dit vergt politiek rentmeesterschap, politieke moed en een ontwerphouding die is opgespannen langs het verleden, heden en de toekomst.
Stap af van het narratief leefbaarheid versus woningtekort. Tijdens de gesprekken met de ontwikkelaar en ambtenaren wordt steevast als argument tegen onze bezwaren gebruikt dat er sprake is van woningtekort en dat dus hoogbouw noodzakelijk is. Wij vinden dit een drogredenering die een inhoudelijke dialoog met de bewoners over leefbaarheid doodslaat. Het geeft het gevoel dat er niet serieus geluisterd wordt naar de zorgen van de bewoners.
Leefbaarheid boven winsten voor ontwikkelaars. De keuze voor stedelijke groei wordt nu in hoge mate gestuurd door een economisch-systeemdenken. Deze keuze heeft echter directe en concrete consequenties voor de leefwereld van bewoners. De betekenisgeving en sociale cohesie, die inherent zijn aan de leefwereld van bewoners, dreigen in de hoogbouwplannen ondergeschikt te raken aan economisch-systeemdenken. Rapelenburg zou geen platform moeten zijn voor onbegrensde economische groei en efficiency. Rapelenburg is in de eerste plaats voor de bewoners een thuis en geen geldmachine. Daar waar mogelijk doen wij suggesties over de financiële haalbaarheid van de plannen.
Bouw volgens het principe van de menselijke schaal. Bouwen doe je niet in het luchtledige maar in een plek waar mensen zich thuis voelen, in hun uitzicht, in hun dagelijks bestaan, in hun gevoel, kortom in hun leefwereld. Ontwerp dat voornamelijk gestuurd wordt door vooraf vastgestelde ambtelijke kaders over aantal woningen en hoogte zet het contact met leefwereld en leefbaarheid onder druk. Rapelenburg wordt letterlijk in de schaduw gezet. De stad werkt dan misschien in de politieke systeemwereld of de businesscases van de ontwikkelaar, maar voelt in de werkelijkheid van bewoners intimiderend, afstandelijk en onpersoonlijk.
Behoud de stedelijke waarde en het ‘dorpse’ karakter van de wijk en integreer dit in het ontwerp. Museum Vonk, het hotel Clarissenklooster en de toegenomen activiteiten in de Genneper Parken maken een behoorlijke impact op het woongenot van de bewoners van Rapelenburg. Wij vrezen dat de voorgenomen plannen deze impact alleen nog maar verergeren. En dat de identiteit en het karakter van de wijk verloren zullen gaan. Deze wijk is van groot belang voor de stad — niet alleen vanwege haar geschiedenis, maar ook vanwege de samenhangende architectuur, de karakteristieke ‘dorpse’ opzet en de zorgvuldige inpassing in het landschap. De bestaande structuur vertelt het verhaal van de wederopbouwperiode en laat zien hoe wonen, groen en infrastructuur op menselijke schaal verbonden kunnen worden. Juist daarom is het van belang dat nieuwe ontwikkelingen aansluiten bij deze kwaliteiten, in plaats van ze te overschrijven met hoogbouw. Een goed ontwerp bouwt voort op wat er al is, en versterkt zo de identiteit en ‘dorpse’ karakter van Rapelenburg.
Behoud een evenwichtige samenhang van de wijk met het landschappelijke karakter van het park. Ten aanzien van de overgang tussen de Genneper Parken en Rapelenburg is de vraag hoe ver de stedelijke invloed in het landelijk gebied mag reiken. Wij menen dat het agrarisch cultuurlandschap van de Genneper Parken zo waardevol is voor Eindhoven, dat de kwaliteiten daarvan geborgd moeten blijven. In de huidige situatie zorgt de Claralaan als een zone van graduele overgang tussen het landschappelijke karakter van het park en de stedelijke bebouwing, gekenmerkt door een evenwichtige verhouding tussen hoogte, openheid en groenstructuur. De huidige bebouwing is laag. De voorgenomen realisatie van twee hoogbouwvolumes op deze specifieke locatie – met visuele impact vanaf zowel het fietspad van en naar de High Tech Campus, de rondweg als vanuit Waalre – introduceert een abrupte breuk in deze geleidelijke opbouw. Er is geen enkel goed stedelijk argument te bedenken voor de voorgenomen hoogbouw.
Bevorder sociale cohesie. Het is algemeen bekend dat hoe hoger het gebouw, hoe meer afbreuk dat doet aan de sociale cohesie van een wijk. Hoge bouwvolumes creëren fysieke en sociale afstand, beperken het informeel contact in de openbare ruimte en ondermijnen het gevoel van ‘eigen thuis’ en betrokkenheid. In een ‘dorpse’ wijk als Rapelenburg, die juist gekenmerkt wordt door menselijke schaal, groene doorzichten en langzaam gegroeide sociale structuren, betekent dit een fundamentele verstoring van het dagelijks leven.